Vandaag om drie uur brak het moment suprême aan. De MRI scan. De vorige keer was ik in slaap gevallen, vandaag had ik ook een tabletje ingenomen. Deze keer moest ik op mijn rug liggen. De assistente vroeg of ik muziek wilde horen, ik vroeg wat voor muziek en het bleek de radio te zijn. Ik vroeg of ik het kon uitzetten als ik het niet mooi vond. Nee, dat kon niet. 'Laat dan maar,' zei ik.
Braaf ging ik op een soort plank liggen en ik werd de MRI in geschoven. Toen ik de bovenkant van die buis zo vlek boven mijn gezicht zag, raakte ik heel even in paniek, maar ik heb mijn ogen dichtgedaan en daarna ben ik gaan denken welke stops de trein naar Alkmaar maakt als je in Den Haag instapt, wat je onderweg allemaal ziet en hoe je vervolgens naar het busstation loopt om daar bus 165 naar Egmond te nemen. Vooral niet mijn ogen opendoen dacht ik ook steeds
Het lukte wonderwel om me daarop te concentreren ondanks de harde geluiden die ik hoorde. Het waren steeds andere geluiden, ik herkende het geluid van een drilboor, een soort autoalarm en nog wat geluiden die ik niet thuis kon brengen.
En toen wass het voorbij. Ik zei tegen de assistente dat het achteraf allemaal wel meeviel en ze vond dat ik uitstekend stil had gelegen.
Toen ik thuiskwam ging mijn mobiel en een mevrouw van een uitvaartverzekering waar ik informatie over had gevraagd belde. Een perfecte timing. Ik werd toen getracteerd op de volgende vragen.
Wat wat voor kist wilt u?
Wat moet er met de as gebeuren?
Wilt u koffie met cake of koffie met broodjes?
Moeten er dankbetuigingen komen?
Hoeveel volgauto's wilt u?
Dat zijn heerlijke vragen zo op een zonnige dinsdagmiddag als je opgelucht uit het ziekenhuis komt. Ik wilde hard roepen dat ik bij nader inzien toch maar liever niet dood ging maar het eeuwige leven is alleen voor de gelovigen onder ons weggelegd.